- 5 secties
- 10 lessen
- 12 weken
- 💰 Blok 1 – Wat is geld?In dit blok ontdekken kinderen wat geld eigenlijk is en hoe het werkt. Van ruilhandel tot pinnen en digitaal betalen: zo leren ze begrijpen waarom geld belangrijk is in het dagelijks leven.2
- 🗝️ Blok 2 – Slim Sparen & KiezenHier leren kinderen hoe ze spaardoelen stellen en slimme keuzes maken. Ze ontdekken het verschil tussen iets willen en iets echt nodig hebben — en hoe je met kleine stappen dichter bij je droom komt.2
- 💡 Blok 3 – Jouw Idee tot LevenIn dit blok gaan kinderen creatief aan de slag met hun eigen idee. Ze bedenken wat ze willen maken of doen en leren nadenken over wie hun klant is en waarom hun idee waardevol is.2
- 💪🧭 Blok 4 – Doorzetten & PlannenKinderen leren dat ondernemen ook betekent: volhouden en plannen. Ze oefenen doorzettingsvermogen, bepalen een prijs voor hun idee en maken een eenvoudig actieplan met duidelijke stappen.2
- 🎤🌟 Blok 5 – Presenteren & GroeienIn het laatste blok leren kinderen hoe ze hun idee krachtig presenteren. Ze oefenen hun pitch, laten hun plan zien en ronden de cursus af met trots — inclusief een certificaat!2
Les 2 – ➕ Inkomsten & uitgaven
Les 2 – ➕ Inkomsten & uitgaven
Doel: je maakt een simpel overzicht van waar jouw geld vandaan komt (inkomsten) en waar het naartoe gaat (uitgaven), zodat je slimme keuzes kunt maken.
🎯 Doel van de les
- Je weet het verschil tussen inkomsten en uitgaven.
- Je vult een kort overzicht (mini-budget) met jouw eigen voorbeelden.
- Je ziet 1 plek waar je snel kunt besparen of slim kunt kiezen.
Stap 1 – Laat je inspireren 💡
Inspiratieverhaal – Yara’s Smoothie-Stand & de Slimme Geldstroom
Yara telt haar muntjes op de keukentafel. Ze wil sparen voor een tweedehands longboard met blauwe wielen, precies in de kleur van haar trainingsjas. “Ik kom steeds een beetje tekort,” zucht ze. Haar moeder glimlacht en schuift drie lege weckpotten naar haar toe. Op elk plakt ze een label: Sparen, Uitgeven en Groeien. “Vandaag maak je kennis met je geldstroom,” zegt ze. “Waar komt je geld binnen? En waar stroomt het naartoe?”
Yara besluit dit weekend smoothies te verkopen op het buurtplein. Ze tekent een plan in haar notitieboek: Inkomsten = prijs per smoothie × aantal kopers. Uitgaven = fruit + bekers + rietjes + posterpapier. Ze wil het graag simpel houden: aardbei-banaan en mango-perzik. Samen met haar oom – die chef is – rekent ze de kostprijs uit: hoeveel kost één beker smoothie als je alle ingrediënten eerlijk verdeelt?
Inkomsten = geld dat binnenkomt (zakgeld, klusjes, verkoop). Uitgaven = geld dat weggaat (boodschap, materiaal, snack). Kostprijs = wat één product je kost om te maken.
In de supermarkt ontdekt Yara iets belangrijks: aanbiedingen! Bevroren fruit is goedkoper per liter smoothie en gaat niet snel slecht. Ze vergelijkt prijzen, bekijkt gewichten en kiest bekers met deksel om knoeien te voorkomen. Op haar lijst zet ze telkens een schatting: aardbei-banaan €6, mango-perzik €5, bekers+rietjes €4, poster €1. Totaal uitgaven €16. Ze wil 20 smoothies maken en besluit per beker €2 te vragen. Als het lukt om alles te verkopen: inkomsten €40, uitgaven €16, over €24… en dan 10% voor “Groeien” en 10% voor “Geven”? Yara knikt. Ze voelt zich een echte Money Maker.
Thuis maakt ze een vrolijke poster met een gouden ster: “Yara’s Power-Smoothies – Vers & vrolijk!” Ze plakt kleine stickers op de bekers: aardbei-banaan = rode ster, mango-perzik = gele ster. Dan verdeelt ze haar geldstroom in drie potten. De eerste pot, Sparen, is voor het longboard. Uitgeven gebruikt ze voor kleine dingen die haar blij maken (een setje stiften, een notitieboek). In Groeien stopt ze geld dat helpt om later meer te kunnen verdienen (een maatbeker, extra posters, een scherp mesje). Voor haar voelt deze verdeling als een spel: ze stuurt haar geld in banen zoals water door een slim kanaal.
“Elk muntje dat binnenkomt, krijgt een bestemming — jij bent de regisseur.”
Op zaterdagochtend staat ze op het plein. De eerste klant – een buurvrouw met hond – kiest mango-perzik. “Twee euro graag,” zegt Yara. Ze ziet hoe de muntjes haar bekertje inrollen. Daarna volgen drie kinderen die net van voetbaltraining komen: zij willen aardbei-banaan. Yara tikt snel streepjes op haar telkaart: I N K O M S T E N. Elk streepje voelt als een micro-overwinning.
Na een half uur raakt de rij kort even op. Dan komt er een jongen die vraagt of hij twee bekers krijgt voor €3. Yara denkt na. Als ik korting geef, verkoop ik sneller, maar houd ik minder over per beker. Ze herinnert zich haar kostprijs. “Ik kan één beker extra fruit geven voor dezelfde prijs,” biedt ze aan, “dan is ‘ie extra power!” De jongen grijnst en zegt ja. Yara leert: je kunt creatief zijn zónder je prijs meteen omlaag te halen.
Korting is verleidelijk, maar niet altijd nodig. Meer waarde bieden (extra fruit, glimlach, sticker) kan hetzelfde effect hebben zonder minder inkomsten.
Na een uurtje is de aardbei-banaan op. “Volgende keer iets meer inkopen,” noteert Yara. Ze telt de kassa: €34. Er staan nog 3 mango-perzik klaar. Tegen sluitingstijd komt een vader langs met zijn dochter. “Laatste drie voor €5?” Yara weegt af. €6 was de normale prijs, maar overhouden is ook zonde. “Deal!” zegt ze. Eindsom: €39 inkomsten. Ze zet een vinkje bij haar lijst: uitgaven €16 (zoals gepland). Verschil: €23.
Thuis aan de keukentafel maakt ze haar mini-overzicht: datum, categorie, omschrijving, € en of het een inkomst of uitgave is. Ze schrijft eerlijke cijfers op: poster, bekers, fruit (uitgaven), verkopen (inkomsten). Dan vult ze haar drie potten: 10% naar Groeien (ronde euro: €2), 10% naar Geven (ze wil volgende week smoothie’s doneren aan de vrijwilligers bij het speeltuinfeest), en de rest verdeelt ze 70% Sparen, 30% Uitgeven. Ze proeft het gevoel van controle: zij bepaalt waar haar geld heengaat.
- • Inkomsten — geld dat binnenkomt (zakgeld, klusjes, verkopen).
- • Uitgaven — geld dat weggaat (materiaal, snack, poster).
- • Kostprijs — wat één product je kost om te maken.
- • Buffer — een klein deel dat je apart zet voor “oeps-momenten”.
De week erna besluit Yara iets nieuws: een kleine buffer in haar pot Groeien. Vorige keer brak er bijna een lepel; dat had onhandig kunnen zijn. Ze rekent: als ze van elke verkoop 10 cent buffer maakt, heeft ze na 20 bekers €2 voor nood. Dat voelt veilig. Bovendien wil ze haar kosten beter spreiden. Ze vraagt haar moeder of ze de bekers in een grotere verpakking mag kopen; per stuk is dat goedkoper. “Dat heet schaalvoordeel,” zegt haar oom later. “Je betaalt minder per beker als je groter inkoopt — maar alleen als je het ook echt gebruikt.” Yara zet achter haar lijst een ster: Alleen groots inkopen als het logisch is.
Op school vertelt de juf over vaste en variabele uitgaven. Yara herkent het meteen. Vaste uitgave: de bekers (die heb je sowieso nodig). Variabele uitgave: extra fruit (meer als het druk is, minder als het rustig is). Ze tekent drie kolommen in haar schrift: IN, UIT (vast), UIT (variabel). Dat maakt haar keuzes helder. Wanneer het ’s middags regent, verwacht ze minder klanten en koopt ze minder fruit. Meteen heeft ze minder risico dat er iets overblijft.
Weer & planning beïnvloeden je inkomsten. Een simpel inschattinglijstje (druk/medium/rustig) helpt om je variabele uitgaven af te stemmen en verspilling te voorkomen.
Een paar dagen later loopt Yara langs de skatewinkel. Het longboard staat in de etalage. Ze telt haar spaarpot: nog drie goede smoothie-dagen te gaan, schat ze. Of — en hier komt een Money Makers-keuze — ze verhoogt haar prijs naar €2,20 met een kaartje “incl. eco-rietje” en een klein stempelkaartje (na 5 bekers 1 sticker gratis). Ze test dit op zaterdag. De meeste klanten vinden het prima; de extra waarde is duidelijk. Aan het eind van de ochtend heeft ze minder bekers verkocht, maar per beker iets meer over. De uitkomst is ongeveer hetzelfde, maar Yara leerde dat je prijs en waarde bij elkaar horen: je hoeft niet de goedkoopste te zijn als je duidelijk laat zien wat je biedt.
Die avond schuift ze weer aan tafel. Ze vult haar mini-overzicht in en ziet een patroon: als ze haar uitgaven vooraf kort plant (lijstje + schatting), is haar verschil aan het eind groter. En als ze tijdens de verkoop slimme mini-keuzes maakt (geen onnodige korting, wel extra waarde), voelt ze meer regie. Ze pakt het weckpotje Sparen en laat de muntjes rammelen. Blauwe wielen komen dichterbij.
“Geld stroomt waar jij het heen stuurt — elke keuze is een klein stuurmoment.”
Als Yara gaat slapen, zet ze haar drie potten op een rij. Ze glimlacht om het eenvoudigste idee van de dag: geld is bewegen. Binnen, en weer naar buiten. En jij kiest de route. Morgen gaat ze opnieuw naar het plein. Niet omdat ze móét, maar omdat ze haar doel wil halen — één bekertje, één keuze, één stap dichterbij.
Welke € gaat deze week naar Sparen, welke naar Uitgeven (iets kleins dat jou blij maakt) en welke naar Groeien (iets dat je helpt later meer te kunnen)? Schrijf 1 voorbeeld per pot.
Stap 1b – Uitleg (kort) 💡
Inkomsten = geld dat binnenkomt (zakgeld, klusjes, cadeaus, verkopen).
Uitgaven = geld dat je uitgeeft (snacks, spelletjes, cadeautjes, sport, vervoer).
Stap 2 – Maak je mini-overzicht ✍️
Vul 3–5 voorbeelden in. Geen printer nodig — typ in je hoofd, op papier of (als je wilt) in dit tabelletje:
| Datum | Categorie | Omschrijving | € | In/Uit |
|---|---|---|---|---|
| vandaag | Zakgeld | Weekgeld | 3,00 | Inkomst |
| vandaag | Klusjes | Afwas | 1,00 | Inkomst |
| vandaag | Snack | Broodje | 2,00 | Uitgave |
| vandaag | Sparen | In spaarpot | 2,00 | Uitgave (bewust) |
Stap 3 – Korte analyse 🔎
- Totaal inkomsten (schat): € ____
- Totaal uitgaven (schat): € ____
- Verschil = inkomsten – uitgaven: € ____
Beantwoord in 1 zin: Welke uitgave zou je volgende week kunnen vervangen of verminderen?
⭐ Reflectievragen
- Wat was je grootste uitgave? Was die nodig of willen?
- Welke categorie komt het vaakst voor bij jouw uitgaven?
- Welke één verandering helpt je direct meer te sparen?
🚀 Actiestap
Kies 1 mini-actie voor deze week:
- Beslis 1 uitgave te vervangen (bv. snack → thuis snack meenemen).
- Leg €1 extra apart in je spaarpot/nota “Mijn spaardoel”.
- Vraag thuis om 1 extra klusje (inkomsten verhogen).
✨ Extra opdracht (optioneel)
Maak 3 dagen achter elkaar zo’n mini-overzicht en kijk: op welke dag spaar je het meest en waarom?
📌 Belangrijkste leerpunten
- Inkomsten = geld dat binnenkomt, uitgaven = geld dat weggaat.
- Een kort overzicht geeft snel grip op je keuzes.
- Kleine aanpassingen leveren meteen extra spaargeld op.
🔭 Vooruitblik naar Les 3
Volgende keer: Slim Sparen = Slim Kiezen — we zetten jouw eerste Spaardoel en kiezen slimme stappen om het vol te houden.
Voor ouders & kinderen (8–14 jaar)
Gratis starten met onze proeflessen
Ontdek samen hoe leuk leren over creativiteit & ondernemerschap kan zijn.
Kinderen mogen hun dromen volgen—nu. Door te maken, te pitchen en samen te werken, ontdekken ze hun kracht en maken ze bewustere keuzes.
💫 Waar kinderdromen ondernemingen worden.
© Accen Pro · Alle rechten voorbehouden · Lesmateriaal uitsluitend voor deelnemers; verspreiden of kopiëren zonder toestemming is niet toegestaan.